Al 50 assisenzaken deed Liliane Verjauw: “Drugsbazen de hemel beloven, kan ik niet. Ik weet dat die gaan hangen

Liliane Verjauw

Liliane Verjauw trad onder meer op voor een Reuzegommer die terechtstond in de zaak rond de dood van Sanda Dia (l.) en stond de familie van de Hilal Makhtout (r.) bij in de martelmoord. © Vertommen / Tessa Kraan / RV

Al 50 assisenzaken deed Liliane Verjauw: “Drugsbazen de hemel beloven, kan ik niet. Ik weet dat die gaan hangen”

 

“Die drugsmannen hebben sterallures gekregen door te veel naar Amerikaanse films te kijken. Strafpleiters trouwens ook.” Als je advocate Liliane Verjauw naar haar mening vraagt, geeft ze die ongezouten. Na veertig jaar als advocaat en vijftig assisenzaken op de teller blijft zij gefascineerd door de schaduwkanten van de mens. “Wat ik uit het proces rond Sanda Dia en de martelmoord onthou, is de dynamiek van een groepsgebeuren. Je voelt daar het werk van de duivel.”

Auteur: Patrick Lefelon
14 juni 2025, 05:35

Meer boeiende gesprekken met Vlaamse strafpleiters leest u in ons dossier.

“De éminence blonde van de Antwerpse balie.” Niet onze woorden maar wel die van het weekblad Humo waarin Liliane Verjauw zopas haar mening gaf over drugsgeweld en advocaten. Ze was ooit zelf slachtoffer van een aanslag, lang geleden. Ze draait dan ook al 40 jaar mee in het wereldje van strafpleiters. “Schrijf maar dat ik 70 ben”, zegt Verjauw, “Je weet toch hoe advocaten zijn. Die doen niet anders dan liegen. (lacht). Allez, schrijf op 70 jaar, dat is mijn leeftijd afgerond naar beneden.”

Drugsgeweld zijn we stilaan gewoon maar de aanslag tegen het advocatenkantoor van Christian Clement deed iedereen toch weer opschrikken. Waarom bent u destijds geviseerd en doelwit van een aanslag geworden?

“Dat was in 1999. Een diamantair had geld geleend van een bekende Marokkaanse crimineel. Die dacht dat dat geld bij mij lag en stuurde twee van die kerels, zo Oostblok-types, op mij af. Zij dreigden mij neer te schieten als ik dat geleend geld niet gaf. Ik heb gezegd: ‘Schiet me dan maar af. Ik kan u het geld niet teruggeven want ik heb het niet.’ ‘s Morgens stond mijn auto wel in brand.”

Vroeger was het alsof je naar een politieserie met acteur Peter Van den Begin zat te kijken. Vandaag lijkt het criminele milieu op het Wilde Westen. – Liliane Verjauw

“Ik heb later nog twee kogels aangekregen in een doosje met allemaal pluche. Toen ik dat opendeed, heb ik wel geroepen. Mijn dochtertje stond naast mij en ik was bang dat er iets zou ontploffen. Dat was een grote kogel en een kleine. Dat doosje was verstuurd vanuit Turkije. Had dat ook met dat geleend geld te maken? Dat kan ja, dat weet ik niet. In elk geval, ja, het is wat Christian Clement gezegd heeft. Ze gaan mij toch niet doen stoppen met advocatuur. Ik ben er ook niet mee gestopt.”

U vertelt dat nogal luchtig, alsof het een fait-divers is.

“Is dat plezant dat ze voor u staan met een pistool? Nee, dat is helemaal niet plezant. Ik heb wat dat betreft nogal een filosofisch karakter. Ik heb dat vlug een plaats gegeven en ik heb er mij niet door laten intimideren. Ik ben mijn job blijven doen met evenveel passie zoals ik dat deed voor die bedreigingen.”

U staat niet te springen voor grote drugszaken?

“Ik doe wél grote drugszaken. Ik zat in het dossier Brandwacht en het dossier van het Pasta-house in Deurne. Dat waren twee drugszaken waaraan zware jongens uit Nederland werden gelinkt. Tien jaar geleden al heb ik het fameuze dossier van douanier Tim D. gedaan. Maar of dat nu gaat om één kilo cocaïne of om tien ton, het is altijd hetzelfde. Juridisch is dat zo uitgehold dat je daar niets meer kan doen. Ik snap dat ze magistraten wraken als dat kan, maar dat is ook het enige dat ons als strafpleiter nog rest.”

Liliane Verjauw tijdens het folterproces

Liliane Verjauw tijdens het folterproces in Tongeren waar zij de familie van de vermoorde Hilal Makhtout bijstond. © BELGA

Nochtans valt er veel geld te verdienen in drugszaken. Niet geïnteresseerd?

“Weet je waar ik mijn inkomsten uit haal? Uit echtscheidingen. Dat doe ik al heel mijn carrière. En ik doe ook veel burgerlijk recht. Zelfs een huurkwestie vind ik de moeite als ik mij daar juridisch in kan uitleven. Even graag pak ik uitzonderlijke strafzaken aan zoals de verdediging van dierenactivist Geert W. van het Animal Liberation Front of de verdediging van Shariah4Belgium-kopstuk Fouad Belkacem.

Dat in drugszaken goed geld wordt verdiend, kan best zijn maar daarvoor moet je als strafpleiter wel hand- en spandiensten leveren. Zo’n grote naam uit Dubai die 50.000 euro neertelt bij een advocaat, die verwacht resultaat. Dat bezorgt mij alleen maar hoofdpijn. Ik kan die moeilijk de hemel beloven, want de hemel zit er totaal niet in. Ik weet dat die gaan hangen.”

“Ik heb ook de luxe dat ik zo’n klanten nu niet meer nodig heb. Maar zelfs in het begin van mijn carrière nam ik geen risico’s. Die grote mannen vragen je dan om een verdachte in de gevangenis te bezoeken. Eigenlijk willen zij alleen weten of hun drugslading in beslag is genomen of dat een verdachte hun naam heeft genoemd bij de politie. Als je daarin meegaat, ben je als advocaat verbrand.”

In hoeverre verschillen de drugscriminelen van vandaag van de gangsters uit uw beginjaren?

“Ten eerste waren dat toen vooral Belgen. Daar had ik als advocaat een goed, respectvol contact mee. Die grote mannen stonden soms ‘s nachts aan mijn deur als de politie iemand had opgepakt. Ik deed dan open in mijn peignoir maar die mannen bleven hoffelijk.”

“Nu is het alleen maar drugs, drugs. Toen had je van alles: oplichtingen, inbraken, containerdiefstallen, bankovervallen en is een enkele keer drugs. Het was de tijd van Eddy BMW, Christiane, Jean-Marie, de Fons, den Dis. Die laatste is inmiddels overleden. Dan had je de dievenbende die was gevlucht tot op een dak in het hoerenkwartier en de politie bestookte met gasbommetjes. Die noemden wij dan “de mannen van de Gasstraat”. Die tijd was altijd.. hoe moet ik dat zeggen? Dat was geanimeerd, alsof je naar een politieserie met acteur Peter Van den Begin zat te kijken.”

“Vandaag lijkt het criminele milieu op het Wilde Westen. Dat is een spel van comboy en indiaan met schietpartijen en aanslagen. Plus het feit dat die gasten te veel naar Amerikaanse films kijken en een sterrencultus aanhangen om u tegen te zeggen. Ik zie dat aan de twee kanten, zowel bij de advocaten als bij de grote criminelen.”

In die jaren tachtig, negentig was u één van de weinige vrouwelijke advocaten die strafrecht deden. Hoe kwam u daarin terecht?

“Ik heb eerst psychologie gestudeerd en ben als psychologe gaan werken voor een vluchthuis voor vrouwen. Daar kwam ook advocaat, en latere rechter, Jacques Mahieu die mij aanmoedigde om als werkstudent een rechtendiploma te behalen. Dat waren vijf zware jaren. Ik werkte voltijds, volgde avondschool en deed tussendoor typewerk voor een advocaat. In 1985 ben ik als advocaat aan de balie in Antwerpen begonnen. Iedereen lachte mij uit omdat ik voor strafrecht koos. Ik heb mijn stage gedaan bij advocaat Bart Vandermoere. Hij was strafpleiter en frontman van de Vlaamse Beweging. Hij is ook even Antwerps gemeenteraadslid voor de Volksunie geweest. Dat was niet bepaald mijn gedachtegoed. Ik was eerder een linkse rat, maar Vandermoere heeft mij wel heel goed opgeleid in strafrecht.”

Assisenhoven noem ik graag de “tempels van de bekraste zielen.” Ik heb moordenaars in de gevangenis weten ten onder gaan aan wroeging. – Liliane Verjauw

“Dan is Vandermoere door gezondheidsproblemen afgehaakt en moest ik alleen verder. Destijds bestond het Salduz-systeem niet (elke verdachte moet bij een ondervraging door een advocaat worden bijgestaan, red.). Je moest als jonge advocaat maar zien hoe je aan klanten geraakte. De cliënten van Vandermoere zijn mij blijven contacteren en stuurden ook nieuwe klanten. Dat was mijn opstap in het strafrecht.”

Liliane Verjauw op haar eerste assisenproces

Liliane Verjauw op haar eerste assisenproces, samen met confrater Vic Van Aelst. © Tessa Kraan

 

Een rode draad door uw carrière zijn de assisenzaken. Herinnert u zich de eerste nog?

“Mijn eerste assisen was een moedermoord op Linkeroever. Een zoon had samen met een vriend zijn moeder vermoord. Zij hadden dat gedaan na het zien van de film Scarface, een maffiafilm vol geweld uit 1983 met de beroemde scène van Al Pacino die aan zijn bureau naar een berg cocaïne staart. Samen met Vic Van Aelst kwam ik voor de burgerlijke partij, de oma en de opa.”

“Mijn eerste assisen als verdediging van de verdachte was de zaak Meyersone, een roofmoord op een oud vrouwtje aan de Stenenbrug in Borgerhout. Nog wat later heb ik naam gemaakt in de zaak van beeldhouwer Luc Mayeres die op de Antwerpse Linkeroever zijn vriend Desiré Ongena (52) een kogel door het hoofd schoot, op zijn vraag. Ongena was een junkie en kon het leven niet meer aan maar had niet de moed om zelfmoord te plegen. Op het proces zijn Jan Decleir en Panamarenko, twee boezemvrienden van Mayeres, komen getuigen.”

“Een andere zaak die mij bijblijft, is de kindermoord door Cindy Van Waeyenberg in Gent. Cindy kwam uit een pover milieu. Zij probeerde een supermama, haar chatnaam was megamama908, te zijn voor haar zoontje maar was niet opgewassen tegen zijn ADHD-problematiek. Ten einde raad heeft zij hem vergiftigd met het ADHD-medicament dipiperon toen hij vijf jaar was.”

“Ik ben eerlijk waar begaan met mijn cliënten, zonder dat ik goedkeur wat zij hebben gedaan. Ik voel mij aangetrokken tot de schaduwkanten van mensen. Wij hebben allemaal schaduwkanten. Assisenhoven noem ik graag de “tempels van de bekraste zielen.” Ik heb moordenaars in de gevangenis weten ten onder gaan aan wroeging. Hoe groot de ellende ook is aan de kant van een slachtoffer, ook aan de kant van de dader en zijn familie is er ellende. Twee jaar geleden heb ik in Brugge een moeder in volle assisenzaal bijna hysterisch zien worden toen haar zoon een moord bekende. “Mijn zoon is een moordenaar, mijn zoon is een moordenaar!” Haar geroep ging door merg en been. Haar kind en het beeld dat zij van hem had, is daar op assisen gestorven.”

Mikail Y. en Vito F. tijdens het assisenproces

Mikail Y. en Vito F. tijdens het asssienproces van de martelmoord in Tongeren. © BELGA

 

U trad ook op voor een Reuzegommer die terecht stond voor de dood van Sanda Dia. Wat denkt u achteraf van die zaak?

“Het proces Reuzegom vond in het zelfde jaar plaats als de martelmoord in Limburg (Hilal Makhtout werd gefolterd tot de dood omdat hij verdacht werd van diefstal van een voorraad cocaïne, red.). Bij Reuzegom verdedigde ik een verdachte, in de martelmoord stond ik familie van het slachtoffer bij. Wat ik uit die twee processen onthou, is de dynamiek van een groepsgebeuren. Je voelt daar het werk van de duivel. Elk afzonderlijk zouden de negen Reuzegommers die dooppraktijken niet hebben uitgevoerd. Net zo min als in de martelmoord de dertien daders elk afzonderlijk die folteringen nooit zouden hebben toegebracht. Een groepsgebeuren kan een enorme motor zijn.”

“Gewezen directeur Christophe Busch van de Dossin-kazerne heeft daar een boek over geschreven: “De duivel in elk van ons.” Dat gebruik ik dikwijls als openingszin van mijn pleidooi op assisen. Assisen is niet enkel strafrecht. Het heeft voor mij ook veel te maken met filosofie en psychologie.”

“Ik heb pas van mijn dochter een boek cadeau gekregen: “De evolutie en de geschiedenis van Satan.” De grootste grap die de duivel heeft uitgehaald is dat hij de mensheid heeft wijsgemaakt dat hij niet bestaat. Daar moet je op doordenken. Daar draait veel rond. Het thema ‘duivel’ boeit mij mateloos.”

Kijkt u door zo’n donkere bril naar de wereld?

“Helemaal niet. Ik blijf gedreven. Vanmorgen heb ik een naaimachine gekocht want ik wil gordijnen leren stikken. Ik verzorg mijn drie honden en mijn visvijver. Ik speel twee uur per dag piano en begin binnenkort cello te leren. Zonder muziek zou het leven voor mij een vergissing zijn. Ik ben pas oma geworden. Ik lees veel. ‘L’homme revolté’ van Camus ligt klaar. En ook in mijn werk blijf ik gedreven. Ik ben met mijn medewerkster Nathalie Van Sande pas een week in het buitenland op teambuilding geweest. De batterijen zijn weer opgeladen.”

Leave a Reply